Beach volleybal is een variant op het beroemde zaal-volleybal. Deze leuke sport wordt door veel mensen op vakantie gespeeld. Het is een ideaal spelletje voor op het strand tussen het zonnen door. Het wordt altijd op het zand gespeeld maar voor professionele wedstrijden is dat niet altijd op het strand. Vaak wordt er in zo’n geval een hoop zand gestort op een andere locatie. Dit kan bijvoorbeeld op een plein in de stad zijn of op een andere vlakke locatie. Men doet dit omdat er op deze manier meer mensen gemakkelijk naar het beach volleybal kunnen komen kijken. Een bijkomend voordeel is dat er op deze locaties vaak minder wind staat dan op het strand, dit maakt de partijen natuurlijk eerlijker. Beach volleybal wijkt op een aantal punten af van zaal-volleybal. We kijken even naar de belangrijkste. Ten eerste zijn er geen vaste posities in het veld, spelers kunnen staan waar ze maar willen. De gebruikte bal is zachter en een stukje zwaarder dan een zaal bal. Er is geen middenlijn, het is zodoende geen ramp als je over deze denkbeeldige lijn stapt. Een ander verschil is dat een “block” als een contact geldt. Zodoende mogen er na een block maar 2 meer contacten zijn, dit is een belangrijk technisch verschil met zaal-volleybal. Een spelletje bestaat uit 3 sets. De eerste 2 sets gaan tot 21 punten. De laatste set tot 15. Er wordt iedere 7 punten van helft gewisseld, dit is om nadeel van zon of wind tegen te gaan. Tot slot zijn er uiteraard minder spelers op het veld dan bij zaal-volleybal. Per team zijn dat er maar 2 ten opzichte van 6 bij zaalvolleybal.