Volleybal is een populaire sport in Nederland en ver daarbuiten. Je hebt het vast zelf ook weleens gespeeld, in de straat, op het strand of misschien wel tijdens de gymles. Niet iedereen kent echter de juiste spelregels en daarom wil ik hier graag een pagina aan wijden. Spelregels volleybal zijn niet moeilijk maar voor een eerlijk spel wel belangrijk. Om te beginnen dient het veld 9 bij 18 meter te meten. Er worden partijen gespeeld tot de 25 punten, wie het eerst 3 sets gewonnen heeft wint de wedstrijd. Als het na 4 partijen 2-2 staat wordt er nog een laatste set gespeeld tot de 15 punten, tijdens deze set wordt er bij de 8 punten gewisseld van speelhelft. Andere spelregels volleybal zijn dat het balcontact maar zeer kort mag zijn. Bij twijfel bepaald de scheidsrechter of er een fout is gemaakt. Een speler mag tijdens het spelen de bal geen twee keer achter elkaar aanraken tenzij het om een block gaat. Het net mag nooit aangeraakt worden, niet door spelers en niet door de bal. Ook mogen de handen van de spelers niet over het net op de andere helft zijn, dit geld als een fout. Je kunt punten scoren als de bal de grond in het vlak van de tegenstander raakt of als de tegenstander een fout maakt. Een andere regel is dat zodra jouw team een punt scoort ze het recht van serveren krijgen. Door de coach mag er 6 keer per partij gewisseld worden. Dat mogen dezelfde spelers zijn. Tot slot moet er met minimaal 2 punten verschil gewonnen worden, 25-24 wordt dus doorgespeeld tot bijvoorbeeld 26-24. Zoals je ziet zijn de spelregels volleybal niet lastig, je moet ze alleen even goed onthouden tijdens het spelen.